Enkele Vlaamse normen en waarden

Als ik jong ben dan is alles gratis en wordt er goed voor mij gezorgd. Door iedereen. Gepensioneerden, werklozen, zieken en ja, zelfs mensen zonder kinderen dragen af voor mij. Als ik echter volwassen ben wil ik zelf niets liever dan minder afdragen. Ik kijk immers vooral naar mezelf en ben belangrijker dan wie dan ook. Dat betekent vanzelfsprekend dat mijn geld voor mij moet zijn. Twintig jaar de lusten maar liefst zo weinig mogelijk lasten lijkt mij een te verdedigen motto te zijn.

Als ik op café iets wil bestellen aan de toog, dan kijk ik niet of er reeds andere mensen voor mij aan het wachten waren. Ik sta daar immers altijd alleen, hoe druk het ook is. Dit is mijn wereld. Mijn strijdtoneel. Eens de barman zijn gezicht vertoond roep ik zo hard ik kan omdat ik eerst wil zijn en denk: “Fuck die anderen die staan te wachten. Losers zijn het!”

Als ik de tram moet halen bestaat the cue voor mij niet. Ik manoeuvreer mij tussen de mensenmassa, als het moet zelfs met wat trekken en duwen, om zo ver mogelijk op het perron te gaan staan. Zo dicht mogelijk bij de stopplaats van de tram. Want dat is mijn plaats! Als de deuren opengaan wacht ik niet op de mensen die af de tram willen. Neen! Ik ga als een speer en duw met veel plezier enkele mensen opzij in de strijd om een plaatsje te bemachtigen. Hét plaatsje zelfs, want ik zit altijd op de beste plaats in de tram.

Mijn eerste doel is één van de eenmanszitjes proberen veroveren. Zijn die echter allemaal bezet dan plaats ik mij op het uiteinde van een tweezit, omdat ik weet dat het anderen veelal de moed ontbreekt om te vragen of ze plaats mogen nemen naast mij. Als ik een handtas of dergelijke bij me heb dan plaats ik die ostentatief naast mij zodat het voor iedereen duidelijk is dat die tweezit van mij is. En van mij alleen! Is er echter geen plaats meer en moet ik blijven rechtstaan dan kijk ik gefrustreerd naar de persoon die aan de buitenkant van een tweezit zit. Al dan niet vergezeld van een handtas of iets dergelijks. “Wat een klootzak”, denk ik dan.

Als er ouderen de tram komen opgestapt loer ik snel op mijn smartphone want opstaan voor een ander? Dat nooit! Als mijn eindhalte in het vizier komt dan probeer ik zo lang mogelijk niet te bellen. En als een ander, vroeger dan mij, op het belletje duwt dan denk ik: “Yes, gewonnen!” Ik begeef me vervolgens naar de uitgang en geef commentaar op al die onbeleefde mensen die al willen opstappen terwijl ik er nog uit moet.

De roltrap brengt mij naar het volgende strijdtoneel: de straat. Zelfs als ik als enige over de Meir wandel in Antwerpen zal ik mij automatisch in de baan van de eerste de beste tegenstrever begeven. Ik kijk, oriënteer mezelf, stippel mijn traject gedetailleerd uit om te kijken wie er hier de sterkste is. Geen denken aan dat ik opzij zal gaan! Als de schouders elkaar raken denk ik: “Wat een klootzak.” Of: “Toch niet verloren. Loser!”

Als we met twee wandelen op het trottoir, en er komt een tegenligger aangewandeld dan is het absoluut verboden om even achter elkaar te gaan wandelen om die tegenligger alzo een vrije doorgang aan te bieden. En met hoe meer we zijn hoe verder we hen de straat op kunnen duwen. Als ik alleen wandel en ik zie twee tegenliggers komen aanwandelen dan denk ik: “Niet met mij klootzakken.” Kop in kas versnel ik mijn tempo, tot de schouders elkaar raken. “Hoe is het toch mogelijk dat die niet even achter elkaar wandelen”, vraag ik mij dan af.

In de wagen kunnen zwakkere weggebruikers mij gestolen worden. Zij zijn immers de zwakkeren op dat moment. Stoppen voor een voetganger die nog op het trottoir staat? Ben je gek! Wie heeft ooit die regel bedacht? En een fietser laten oversteken, daar doen we al helemaal niet aan mee.

Als fietser doe ik niet liever dan door het rood rijden. En ik foeter als anderen dat niet gemerkt hebben. En fietsen we met twee dan bezetten we geheid de halve straat. De wagenbestuurders achter ons moeten maar wachten. Voor even evolueer ik via het aantal naar de sterkere weggebruiker. En de klootzak in de vierwieler zal dat geweten hebben. Fietsen we in groep dan is de volledige baan van ons. Eender waar, eender wanneer. Het getal wint altijd!

Kom ik terug van een feestje en neem ik het openbaar vervoer dan zing ik liedjes uit volle borst want mijn medereizigers vinden dat natuurlijk fijn. Mijn zangkunsten versterk ik door met veel plezier ritmisch op de ruiten of het plafond te kloppen. Als de dag nadien enkele jongeren lawaai maken op diezelfde verbinding dan werp ik hen een kwade blik toe en schuddebol mijn hoofd zodat mijn medepassagiers duidelijk zien dat ik zulks gedraag niet tolereer.

Als ik ergens geholpen moet worden en er zit wat vertraging op, in een supermarkt of een ziekenhuis, dan is het mijn taak om dat eens goed in te wrijven bij de kassière of onthaalmedewerkster van dienst. Die hebben immers geen goesting om te werken. Luiaarden zijn het!

Ik vind het absoluut niet kunnen dat sommige mensen nog steeds geen Nederlands spreken maar heb zelf nog nooit één woord gezegd tegen mijn Marokkaanse buurman. Mijn allochtone vriend is gelukkig altijd dé uitzondering. Al die anderen zijn wél slecht en omdat ik een allochtone vriend heb mag ik dat ook zeggen!

Kom ik te laat op een show is dat niet getreurd. Ik doe alsof er niemand anders aanwezig is en murw mij door de mensenmassa door. Kom ik iemand tegen die kleiner is dan mij dan stop ik, en blokkeer vervolgens hun zicht op het gebeuren. Zolang ik maar kan zien wat er aan het gebeuren is! Als vervolgens de show toch niet is wat ik verwachtte dan begin ik luidop te praten, want als ik het niet interessant vind dat kan de rest dat ook niet vinden.

Ik, ik, ik… heb geen normen en waarden, enkel mijn normen en waarden.

Afsluitend nog enkele normen en waarden van onze politiekers.

Mijn belangrijkste taak als politieker is voor mezelf zorgen. Zoveel mogelijk graaien en zo weinig mogelijk verandering realiseren op het politieke toneel. Tenzij het is om nog beter voor mezelf te kunnen zorgen. Ik moet de mensen desinfomeren. Beliegen en bedriegen ook. En zoveel mogelijk met mijn bakkes in de media verschijnen. Zelfs als wat ik verkondig compleet fout is. Ik zeg de dag erna wel dat het fout was. Of nee, ik laat het iemand anders zeggen. Ik ben immers verkozen en dus doe ik wat ik wil. Dat heet verantwoordelijkheid nemen, en als dat niet pakt steek ik het wel op onze Vlaamse normen en waarden.

Godverdomme, wat zou ik graag ergens wonen waar er echt nog normen en waarden zijn!

Bron: Sven Naessens

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s